ONS ERFGOED

 Documentatiecentrum/archief met tijdschriften, boeken, beeldmateriaal, heemkundige objecten en een groot aantal genealogische gegevens.

OBIIT THERESIA MARIA VAN SUSTEREN

Theresia Maria van Susteren werd in Antwerpen geboren op 3 september 1721 en overleed op bijna 21-jarige leeftijd op 12 augustus 1742. Zij was de kleindochter van Melchior van Susteren, die de heerlijkheid van 's-Gravenwezel kocht in 1728. Haar voorouders waren bierbrouwers in 's-Hertogenbosch, die later kooplui werden in Amsterdam. De rooms-katholieke familie van Susteren vond haar draai niet in het hervormde noorden en vertrok naar Antwerpen. De architect Jan Pieter van Baurscheit jr. kreeg naast de verbouwingswerken aan het kasteel van 's-Gravenwezel de opdracht voor de bouw van het stadspaleis aan de Meir. We kennen dit gebouw als het voormalige Koninklijk Paleis te Antwerpen.

In de Sint-Catharinakerk van 's-Gravenwezel hangen twintig obiits of rouwborden van de leden van de adellijke families van 's-Gravenwezel. Deze obiits dateren allen uit de 19de en 20ste eeuw. Kunstkenner Omar Van Meervelde verwierf in zijn collectie het achttiende-eeuwse obiit van de reeds vernoemde Theresia Maria van Susteren. Historicus Hugo Lambrechts heeft bemiddeld om dit kunstwerk te kunnen verwerven in het patrimonium van de deelgemeente 's-Gravenwezel. De Heemkring De Drie Rozen vond het logisch dat zulk kunstwerk in hun gemeente moest gekoesterd worden. Het obiit zal waarschijnlijk nooit in de Sint-Catharinakerk gehangen hebben, maar vermoedelijk in de kapel van het paleis op de Meir. Op de achterzijde van de obiit vermeldt een etiket de familie de Pelichy als de voormalige eigenaar.

Een kleine taalkundige uitleg bij het woord 'obiit'. De term 'obiit' is haast niet terug te vinden in de woordenboeken. We kennen wel de woorden 'rouwbord', 'rouwblazoen', 'rouwkas', 'lijkruit' en 'wapenbord'. Het woord 'obiit' kunnen we onderbrengen als een vervoegde vorm van het Latijnse werkwoord 'obire' (ob = voor en ire = toe-gaan, ondergaan). Obiit is de derde persoon enkelvoud, voltooid tegenwoordige tijd. De juiste uitdrukking zou zijn 'obire diem supremum' of gewoon, sterven. De term die voorkomt op het rouwbord betekent dan vrij vertaald: hij/zij is gestorven.